Missie en visie

Geplaatst op: 17/02/2010 | Door: | Categorie: Wie zijn wij | Meer over: | Reageer »

Kleinschalig veelzijdig

‘Hof van Twello’ wil boeren die niet meedoen aan de schaalvergroting een alternatief bieden. De algemene boodschap aan boeren is dat uitbreiden noodzakelijk is om te overleven. Voor boeren met kleinere bedrijven is de diagnose van anderen dat ze maar snel moeten stoppen. Niet nodig, vindt ‘Hof van Twello’. Er zijn veel antwoorden op dezelfde vraag. Een andere oplossing vraagt wel studie en in onze ogen is de praktijktest daarbij belangrijk. ‘Hof van Twello’ gaat die test aan door als actief boerenbedrijf zelf de testcase voor eigen ideëen te zijn.
De basis voor de alternatieven die ‘Hof van Twello’ uitwerkt is het gewas. Het kan daarbij gaan om nieuwe, soms zelfs exotische gewassen, waar weinig over bekend is, om de herintroductie van veelbelovende oude gewassen of om het gebruik van bekende gewassen voor nieuwe toepassingen.

Een mooi gewas hebben is de eerste stap, maar het gaat veel verder. Immers, wat heb je aan een mooi gewas als je geen idee hebt waar je het voor kunt gebruiken? Gewassen moeten bruikbaar zijn voor de consument en die moet ook weten wat er met het product te doen is. Daarom kiest ‘Hof van Twello’ ervoor om de hele keten op orde te hebben voor er wat op de akkers en in de kassen groeit. Wat ‘Hof van Twello’ toevoegt is verwerking, promotie en vermarkting.

Hof van Twello’ kiepert geen ideeen over de schutting om vervolgens wat nieuws te gaan doen. De eigen verkoop is van belang voor de inkomsten, maar nog meer om het contact met de afnemers te onderhouden. Dat contact is van belang om de klant uit te leggen wat er met onze producten kan en om van de klant te horen hoe de ervaringen met die producten waren. Is die groente lekkerder als salade of gekookt? Wat vonden de klanten van de salade met paarse aardappelen? Is het glutenvrije brood lekker?
Zo verenigt ‘Hof van Twello’ onderzoek, productie en consumptie onder een dak. Omdat er steeds wat nieuws te beleven is op de boerderij in Twello, is het zo leuk om regelmatig een kijkje te komen nemen. En zeg nou zelf: welk onderzoeksbedrijf vindt het nu goed dat er zoveel mensen komen kijken? ‘Hof van Twello’ juicht bezoek juist toe. Wij vinden het leuk dat mensen komen kijken hoe al dat bijzondere voedsel groeit! Af en toe een wandelingetje langs de singels van de hoeve is leuk en leerzaam.

Lokale economie

Wij maken ons sterk voor de ontwikkeling van de lokale economie en doen dat op verscheidene manieren. Heel concreet is natuurlijk de Streekwinkel waarin zelfgeteelde en regionaal geproduceerde producten te koop zijn. Wat minder concreet maar zeker zo interessant is de door ons in het leven geroepen denktank. Die stelt zich de vraag wat de voordelen zijn van lokaal georiënteerde economie; kortere ketens dus meer winstmarge voor de producent. Minder gesleep met voedsel over de aardbol. Een sterkere zelfredzaamheid in het geval van wereldwijde calamiteiten.
Lokale economie heeft echter ook consequenties. Als we alles zelf doen, hebben we geen producten uit ontwikkelingslanden meer nodig. Willen we dat? Natuurlijk zal het zo’n vaart niet lopen. Hier zullen bijvoorbeeld nooit bananen en koffiestruiken groeien. Zeker is wel dat de potentie van regionale productie en consumptie nog lang niet is benut. Hof van Twello zal zich daar sterk voor blijven maken.
Lokaal produceren betekent korte lijnen tussen producent en consument waar het kan en een faire uitwisseling van producten van en naar verre streken.

Of zoals ze het in België zeggen: Denk globaal, eet lokaal! (waar het kan dus)

De grond staat centraal

In onze teeltwijze staat de grond centraal. Samen met de schone zon vormt zij immers de pijler onder ons ecosysteem. Kunstmest gebruiken wij daarom vrijwel niet. In heel 2006 nog geen 100 kg, op 18 ha grond en uitsluitend als bijbemesting op zwakke plekken. Kunstmesten in hogere concentraties toegebracht, zo rond en boven de 100 kg per ha, zijn namelijk dodelijk voor veel bacteriën en schimmels. En die zijn, samen met de miljoenen ééncelligen en grotere bodemdiertje nu net zo ongelooflijk belangrijk voor een vitale bodem met gezonde gewassen. Wij bemesten onze grond met geitenmest die we van een naburige geitenfokker krijgen. En daarmee slaan we 2 vliegen in één klap: we geven organische stof waar die bacteriën en schimmels op leven en we geven meststoffen voor de directe groei.
Onze groenten en kruiden telen wij uitsluitend op bedden. Deze worden niet bereden noch wordt er op gelopen. De bedden worden nooit geploegd of gespit maar uitsluitend heel oppervlakkig bewerkt. Deze bodembehandeling werpt zijn vruchten af als het gaat over ecologisch beheer. In een ongestoorde bodem kunnen geassen veel beter weerstand opbouwen tegen ziekten en plagen. Vergelijk het met een bosgrond.

Minder moeite dan met kunstmest hebben wij met contactherbiciden: chemische onkruidbestrijdingsmiddelen die de plant waar ze geraakt wordt verbranden. Deze middelen komen amper in de grond en besparen ons een boel werk. Daarentegen zijn we heel terughoudend in het gebruik van systemische onkruidbestrijdingsmiddelen. Dat zijn middelen die de hele plant doortrekken en veel makkelijker in de bodem en het bodemwater terecht komen. Maar we zijn géén ‘Prinzipenreiters’ . De distels op ons Blote Voetenpad hebben we met MCPA, een groeistof, gespoten, ook dat scheelde een heleboel werk, én zere voeten!

De natuur is kennelijk wel tevreden over onze benadering. In de 2 paddenpoelen die we op ons terrein aanlegden vestigden zich in amper 2 jaar tijd vele tientallen kamsalamanders. Ook de torenvalkenkolonie groeit gestaag en daar zij we maar wat blij mee. Want ze beschermen onze wijngaard en kleinfruitafdeling tegen vogelvraat.
Onze klanten waar we er steeds meer van hebben vinden het ook prima. En wij worden niet moe ze onze zienswijze te vertellen. Vers, gezond en Lekker Lokaal!

Nuchter ecologisch


Vaak vragen mensen ons of we biologisch zijn. Ons antwoord is dan nee, we zijn niet biologisch en hebben geen SKAL keurmerk, evenmin werken we dus onder het EKO keurmerk. Maar we zijn wél ecologisch gericht.

Wij vinden de biologische beweging een goede zaak, maar zijn tegelijkertijd van mening dat ze op veel punten haar doel voorbij is geschoten. De biologische beweging, en dan met name de handel in biologische producten, inclusief veel natuurvoedingswinkels, heeft zich op veel plaatsen willoos overgeleverd aan de markt: aardbeien in de winter, nieuwe aardappels in april. En als het goedkoper is dan Hollandse dan vinden we midden in de zomer ijskoud Franse sla in veel biologische winkels. Alles moet er altijd zijn, net als bij Abert Heijn. Klanten van natuurvoedingswinkels rationaliseren dit omdat ze immer een biologisch product kopen, dús milieubewust. Begrippen als ‘ecologische voetprint’ en ‘voedselkilometers’ zijn geen uitgangspunt van handelen, noch iets al ‘groenten van het seizoen’.
Wij voelen ons daarentegen wel zeer nauw verbonden met biologische telers. Zij zijn meestal heel consequent in de seizoensbenadering en voorzien hun gebied van lokaal geteelde producten. In Lekker Lokaal werken we steeds meer samen, samen dragen we bij aan de lokale economie.

Naast de biologische beweging bestaat de ecologische benadering, wat dus wat anders is als EKO. Hierin staat niet de mens en haar hedonistische wens tot chemievrij voedsel centraal maar het hele ecosysteem, waarvan wij slechts een onderdeel zijn. Vanuit die benadering is het volstrekt duidelijk dat je geen aardbeien uit Zuid Afrika, appels uit Chili of sla uit Frankrijk laat komen, ook al zijn ze biologisch geteeld. Hoeveel fossiele brandstoffen waren er immers niet nodig om ze hier te krijgen? Wij, als Hof van Twello voelen ons goed thuis in deze benadering. En dat betekent dat wij onze producten, voorzover niet zelf geteeld of geproduceerd, altijd van zo dichtbij mogelijk halen. En wij houden ons aan de seizoenen. Deze twee: korte lijnen tussen producent en consument en groenten van het seizoen waren ooit ook de uitgangspunten van de biologische beweging overigens.
Teeltkundig betekent dit dat wij onze groenten, kruiden, kleinfruit en fruit niet bemesten met kunstmest en wij passen er geen chemische bestrijdingsmiddelen op toe. Een enkele keer gebruiken wij wel chemische onkruidbestrijdingsmiddelen, met name op kale grond. Dat levert zoveel tijdwinst op dat we niet 7 dagen per week hoeven te werken. Onze aardappels, wijndruif, graan en koolzaad worden ook chemisch behandeld indien nodig. Overigens is dat meestal niet meer dan een paar keer per teelt,. Véél minder dan in de gangbare teelten. Wij noemen onze benadering nuchter ecolohisch, en dat is het.

Voedselkilometers en goed rentmeesterschap

Klimaatverandering als uitvinding

Eerlijk gezegd zijn wij er niet zo van overtuigd dat het de menselijke invloed is die de aarde doet opwarmen. Eerder voelen wij ons aangetrokken tot diegenen die zeggen dat de huidige opwarming onderdeel is van een normale cyclus in zonnenactiviteit. En dat we eerder afstevenen op een nieuwe kleine ijstijd. Iets wat overigens de gehele wetenschap nog maar amper 30 jaar geleden in zijn totaal van mening was.

De mens als boosdoener komt sommigen echter prima te pas. Te beginnen bij Margaret Thatcher die in de 80-er jaren van de vorige eeuw de mijnen in Engeland gesloten wist te krijgen met het argument van de global warming als gevolg van de verbranding van steenkool. En passant brak ze daarmee de macht van de vakbonden. Het milieuprobleem is één van de beste uitvindingen van de laatste 50 jaar en levert miljarden op voor hen die er van profiteren.

Maar is daar alles mee gezegd? Dan maar onbezorgd stoken, rijden, vliegen en potverteren? Nee, natuurlijk niet. Wij komen dan nog eerder terug bij de Club van Rome, een groep vooraanstaande wetenschappers die in 1972 het rapport Grenzen aan de Groei uitbracht en als eerste forum van gewicht de samenhang aangaf tussen economische groei en milieu. Toen vooral uitgelegd naar de eindigheid van onze fossiele brandstoffen. Voor het eerst werd de mens er zich van bewust dat ze haar eigen ecosysteem ook kan overbenutten en zelfs kan vernietigen. Dat inzicht staat nog steeds overeind. Hoewel er sindsdien oneindige gas en olievelden bij zijn gevonden en nog maar onlangs gebleken is dat ook de noordpool op gas en olie lijkt te drijven, blijft het argument van kracht: er kan een einde komen aan de voorraden. Bij de huidige groei van de wereldeconomie nog steeds veel eerder dan je denkt. Wat is 100 jaar?

Is de voedselkilometer dan al niet maatgevend voor global warming en als zodanig een maat voor onze slechte inborst (De mens is geneigd tot alle kwaad. Eigenlijk is dát de onderliggende boodschap die door de massa gevreten wordt. Wij wentelen ons in zonde en keren ons tot nieuwe profeten als All Gore die ons vrijpleiten mits we zuinig aandoen, etc.). Baseer je je op feiten dan is de achteruitgang van de energievoorraden natuurlijk niet te ontkennen. Daarom is het beroep op zuinigheid o.i. terecht en wordt de voedselkilometer dus een maat voor die zuinigheid. Geen slechte zaak vinden wij. Goede rentmeesters zijn zuinig.

Leest u verder onder andere de publicaties in SPIL.


Geef een reactie