Cradle to Cradle, de nieuwste hype?

Cradle to cradle komt als begrip uit Amerika, en gaat over ontwerpen. Hoe ontwerpen wij onze producten? Om ze later weg te gooien als afval, goed voor de vuilverbanding, de stortplaats, de zee? Of probeer je producten zó te ontwerpen dat ze na gebruik nog ergens voor dienen? Als grondstof voor nieuwe producten bijvoorbeeld? Of als een waardevole toevoeging voor de bodem?
Ontwerp je voor de stortplaats dan spreken we wel van ontwerpen ‘van de wieg tot het graf’. (Cradle to Grave) Producten die ontworpen zijn met een blijvende waarde, zij het telkens in een andere verschijningsvorm gaan van ‘wieg naar wieg’, van Cradle to Cradle.

Mooie gedachte en prachtig uitgewerkt in het ook in het Nederlands verschenen boek van de ‘vaders’ van deze gedachtengang: Michael Braungart (chemicus) en William McDonough (architekt), Cradle to Cradle. Afval is voedsel. Search knowledge, 2007.

Plastic en tempex bekertjes

Eén van de aansprekende voorbeelden die de auteurs van het boek noemen is de gigantische hopen afval die met voedselverkoop gepaarrd gaan. Miljarden bekertjes, dozen, plastics, roersticks en noem maar op. Wat er in zat eet je in een paar minuten op, de verpakking kan nog eeuwen mee, maar je hebt er niets aan. Aleen maar troep, kosten om het te maken, bossen die er voor verdwijnen etc. Wat zou het nu niet mooi zijn als die bekertjes i.p.v. ellenlang te blijven vervuilen biologisch afbreekbaar zouden zijn? Als ze als prima bodemverbeteraar zouden kunnen dienen?

Als je er bloemzaadjes in zou verwerken die gaan kiemen als ze eenmaal in de grond komen? Of als een auto in plaats van te eindigen op de schroothoop zo slim in elkaar gezet is dat onderdelen óf als meststof kunnen dienen óf opnieuw gebruikt kunnen worden in andere apparaten. Zijn dat hoogwaardige toepassingen dan spreken de auteurs van ‘upcyclen’, zijn het laagwaardiger toepassingen (van plastic deshbord naar verkeerspaaltjes) dan spreken ze van ‘downcyclen’. In het laatste geval loop je het gevaar dat ze uiteindelijk toch op de schoothoop belanden. Door zo naar producten en hun ontwerp te kijken verandert er veel. Ook met jezelf. En het biedt ook ongekende perpectieven.

Leve de overvloed

Milieubewustzijn uit zich nu noodgedwongen vaak in zuinigheid: zuinig met water, met energie, met materialen. Niet verspillen! Maar wat als al die producten opgenomen zijn in een zichzelf versterkende kringloop? Duurzaamheid niet als product van zuinigheid maar duurzaamheid in overvloed. Het is alsof je van het donker in het licht geduwd wordt, van de discipline van een kostschool naar vrije recreatie, en in je oor gefluisterd krijgt dat het mag, dat je mág genieten, gebruiken en overvloed ervaren. Mits het ontwerp duurzaam is. Afval is voedsel, cradle to cradle.

Helaas zijn er nog heel weinig ontwerpen of producten echt Cradle to Cradle. Met andere woorden dcie overvloed is vooropig nog een mooie droom. Hoe mooi de kersenbomen in de bloei ook hun overdaad tonen (door de schrijvers gebruikte metafoor). cradle to cradleis onder de huidige verhoudingen DUS GEEN ENKEL EXCUUS om toch die zuinigheid te betrachten!!

Duurzaamheid. Van de p’s naar de e’s

Een bekende definitie van duurzaamheid is dat het goed is voor de 3 p’s: de planet, de people en de profit. Braungart en McDonough vervangen de p’s door e’s: hun ontwerpen zijn goed voor de ecology, voor de economy en moeten leiden tot equity (rechtvaardigheid). Het grote verschil tussen de e-definitie en p-definitie zit hem in die rechtvaardigheid. M.i. is dat een grote stap vooruit. People is algemeen, ‘mensen’, Rechtvaardigheid zegt iets over de relatie tussen mensen en komt bijna per definitie uit bij het opkomen voor de zwakkere. Met rechtvaardigheid als onderdeel van duurzaamheid wordt de lat voor de ontwerpers en de ontwikkelaars hoger gelegd. Onmiskenbaar.

Braungart en McDonough plaatsen de 3 e’s elk aan de punt van een driehoek, en beschrijven ze in een spanningsveld. Ze bouwen die driehoek op uit andere driehoeken met daarin het zelfde spanningsveld (opbouw in fractals). Alle kleine driehoekjes samen maken die ene grote: bijvoorbeeld het ontwerp van een huis. Afhankelijk van hoe de spanningsvelden in de kleine driekhoekjes hebben uitgepakt wordt de uiteindelijke resultante bepaald: staat in het uiteindelijke ontwerp economie, ecologie of rechtvaardigheid centraal?

Omdraaien van het paradigma

In de p-definitie van duurzaamheid wordt vaak door ondenemers gezegd dat het onmogelijk is people en planet te dienen als er niet eerst profit is. Hetzelfde geldt voor de e-definitie; geen rechtvaardigheid en ecologische vooruitgang zonder een gezonde economie. Anders is het immers allemaal niet meer te betalen?

De kunst is nu die winst te maken juist als resultaat van je aandacht voor planet/ecology en people/equity. We noemen dat wel het omdraaien van het paradigma. Dat je winst kunt maken door aandacht voor milieu en mens en niet dat je die aandacht geeft pas nadat je ze eerst geloochend hebt. Daar zijn natuurlijk voorbeelden genoeg van! Vanhet begin af aan rechtvaardigheid inbouwen in je ontwerpen, in je bedrijfsvoering en in je manier van denken. Dat valt niet mee! Maar dat gebeurt er dus met je als je consequent ‘cradle to cradle’ probeert te denken.

Zou het écht?

Ondanks de prachtige gedachtengang en de zéér aansprekende voorbeelden ben ik echter toch bang dat cradle to cradlle uiteindelijk de banier wordt van tal van projecten waarin het paradigma niet wordt omgedraaid en waarin goede sier gemaakt wortdt met het principe maar met name de rechtvaardigheid er bekaaid vanaf komt. Datzelfde gebeurt nu ook met het begrip ‘duurzaamheid’ waar de p definitie voor geldt. En datzelfde zagen we al eens eerder. In de ekobeweging, die stoelde ook op 3 peilers: producten van het seizoen, korte lijn tussen producent en consument en chemievrij.

Nu, loop maar eens een natuurvoedingswinkel binnen en je ziet in één oogopslag dat van die 3 peilers alleen chemievrij nog overeind staat. Ook rond streekproducten gebeurt nu al hetzelfde. Hoewel geboren in de idee “van de streek voor de streek” zie je steeds meer landelijke ketens opduiken die slepen met jam van Groningen naar Limburg en met appelsap de andere kant op terwijl ze in beide gevallen ook lokaal worden geproduceerd. Bij streekproducten wordt de definitie zelfs nog verder uitgehold en zie je zelfs al ‘streekwinkels’ met importproducten waar vandaan ook te wereld, ‘omdat ze daar ook in de streek zijn gemaakt’.

Hof van Twello goes cradle

Ons spreekt het ‘cradle to cradle’ gedachtengoed erg aan. Ook al omdat het genuanceerd is en integraal is. Plaats je onze bedrijfsvoering in de driehoek dan scoren wij hoog in ecologie waar wij de biodiversiteit versterken en vrijwel chemievrij werken. Ook op het punt van rechtvaardigheid proberen wij integer te werk te gaan, zowel intern naar onze medewerkers als extern naar onze bezoekers en klanten. Voorlopig betalen wij voor deze benadering nog een tol in die zin dat de teeltafdeling van ons bedrijf maar moeizaam tot winst komt.

Het is makkelijker 18 ha van 1 gewas te telen dan van een groot aantal verschillende gewassen, ook al bedien je er dan een (groeiende) lokale markt mee. Gelukkig dat de andere afdelingen binnen Hof van Twello deze (nog) zwakke kant voldoende compenseren. In 2008 groeide de winkel t.o.v. 2007 met meer dan 45% en verdubbelde het bezoek aan het Blote Voetenpad en de overige arrangementen. Ook onze adviesafdeling draait goed.

Wij draaiden het paradigma wél om en beseffen dat je daardoor in een ontwikkelingsmodel zit dat alleen langzaam tot volle wasdom kan komen. En daarin zit hem nu wel de kneep. Het verschil met bijvoorbeeld de in het boek aangehaalde Henry Ford (de 3e inmiddels geloof ik), die stelt dat in zijn cradle to cradle aanpak “élke innovatie de winst ten goede moet komen” . Niks compensatie. Het is dit ongeduld van de markt dat in de ‘cradle to cradle’ benadering onvoldoende wordt ingetoomd. Waar de gedachtengang integraal is blijkt de uitwerking toch ouderwets en uiteindelijk maar 1 peiler echt te dienen: winst, economie. De rest lijkt dan maar al te vaak lippendienst en als het goed uitpakt mooi meegenomen. Is het wachten op de eerste reclamespotjes van multinationals in het cradle to cradle jargon.

Overheid

Dat gebrek aan integrale benadering zie je ook bij de overheid. Waar de overheid nu tal van initiatieven steunt die 1 of 2 onderdelen in de eco, streek, duurzaamheids, of cradle tot cradle driehoeken ontwikkelen, zou de overheid bij het verlenen van subsidies ook veel integraler te werk moeten gaan en inintiatieven langs de hele meetlat moeten leggen. Hoe staat een aanvrager of een project nu in die driehoek, naar welke hoek wijzen de resultantes in de fractals, de afzonderlijke projecten en naar welke hoek als totaal bedrijf of organisatie? Niet alleen projectmatig maar integraal én procesmatig beoordelen. Daarmee zou het subsidiebeleid hier en daar sterk veranderen. Wij zouden bijvoorbeeld gesteund kunnen worden in de opbouw van onze teeltafdeling omdát we als totaalbedrijf hoog scoren in een cradle to cradle beoordeling. (hoewel daar nu geen enkele subsidieregeling voor is). Andere bedrijven zouden wellicht juist steun op de ecology of rechtvaardigheidsonderdelen moeten krijgen, maar ook dan altijd vanuit een integrale bedrijfs- of organisatiebeoordeling. En ook daarvoor zijn niet zo maar huidige subsidieregelingen aan te wenden.

Integraal denken en handelen staat haaks op een hype, op korte termijn, op plat marktdenken. Ik ben bang dat het nog wel even wachten wordt op een cradle to cradle overheidsbeleid. De kans is té groot dat het ook daar wel zal blijven bij het overnemen van het jargon en het gebruiken er van in de PR.

Cradle to cradle vraagt wel even wat meer.



Plaats een reactie