Deventer heeft een lokale voedselstrategie nodig

In plaats van dat Deventer zich druk maakt om nóg een biologische bezoekboerderij, op het Linderveld deze keer, zou ze ruimer mogen kijken: werk gericht aan een lokale voedsel strategie en help bij het invullen van de ontbrekende schakels. De kansen liggen voor het oprapen.

De stad Deventer verkeert in de voor Nederland vrijwel unieke positie dat ze omgeven is door bedrijven die een forse bijdrage leveren aan de lokale voedsel voorziening. Zowel aardappels, groenten, fruit, kaas, zuivel en vlees maar ook wijn, sappen en bier worden allemaal lokaal geproduceerd. En elk type consument kan bediend worden. Biologisch of niet biologisch, zelf uitkiezen in de boerderijwinkel of in een pakket, zelf oogsten of niet, bezorgd of niet.

 

Méér dan voedsel

Maar die unieke positie gaat verder dan voedsel alleen. Er wordt veel over gepraat: het versterken van de lokale economie. Aan de basis van elke lokale economie staat de productie in een gebied. En aan de basis daar weer van staat de voedselproductie. In het verlengde van de voedselproductie staan andere sectoren zoals bouw, energie, educatie en zorg.    Over al deze sectoren zal zich een beleidsmatige circulaire en lokale strategie moeten uitstrekken. Een strategie die niet alleen koerst op de grote bedrijven of schaalvergroting maar integendeel oog heeft voor al die óók kleine bedrijven die met elkaar een streek geschiedenis en karakter geven en haar dynamiek en elasticiteit bepalen.

Het resultaat van een sterke lokale economie is behoud van werkgelegenheid,  sociale cohesie en een gebalanceerd landschap. Een streek die zichzelf voedt en schoolt, waar zorg een integraal onderdeel uitmaakt van de dynamiek. Een streek met bewoners die zich bewust zijn van hun streek, ónze streek! Een bewustzijn dat in vrijheid samenwerking zoekt met andere streken en zo samen complementair kunnen optrekken.

 

Strategie

Een lokale economie die recht wil doen aan bovengenoemde criteria begint bij de kleine bedrijven, zij zijn waar de meeste werkgelegenheid wordt gecreëerd, waar zorg heel vaak gemakkelijk kan worden ingebouwd en waar educatie een eenvoudige aanvulling is op de bedrijfsvoering. Over de landbouw gesproken: het zijn de kleine bedrijven die een biodivers landschap in stand houden zonder aanvullende subsidies: zij zíjn het landschap. Elke te ontwikkelen strategie voor het versterken van de lokale economie zal moeten beginnen bij de bestaande bedrijven; wat produceren ze, hoe werken ze samen, hoe worden de producten gedistribueerd, wat komen we eventueel te kort, waar is een extra stimulans op zijn plaats en waar regelt de markt dat spontaan. Waar lokaal geproduceerde producten vaak duurder zijn dan multinationale bulkproducten verdienen de kostprijs en de kosten van de distributie extra aandacht. De gemeente zou het ontwikkelen van een dergelijk lokaal gerichte circulair economische strategie kunnen faciliteren.

 

Linderveld

En nu het Linderveld waar plannen zijn voor een groot biologisch veebedrijf, zorg- en educatieboerderij mede mogelijk gemaakt door steun van Stichting Ijssellandschap en de Ulebelt. Een typisch voorbeeld van onnodige intermediaire stimulans. Tientallen bestaande veeboeren staan te trappelen om biologisch te kunnen gaan melken omdat dat simpelweg meer opbrengt en de vraag naar biologische producten groeit.  De markt regelt deze ontwikkeling dus zelf. En wat moet een maatschappelijk geld kostende educatieorganisatie daarbij? Rondom Deventer zijn tal van kleine boerenbedrijven gevestigd met hoogopgeleide eigenaren  die ook nu al educatie verzorgen wat additioneel inkomen oplevert en hun bedrijfszekerheid versterkt.  Een zwaar met lokaal gemeenschapsgeld gesubsidieerde Ulebelt rijdt deze bedrijven in de wielen zoals ze ook nu al doet verglijkbaar met  Accres in Apeldoorn dat met de gemeente als enige aandeelhouder ook voortdurend kleine bedrijven de kaas van het brood snoept. Stichting Ijssellandschap die deze situatie faciliteert beconcurreert daarmee bovendien een aantal van haar eigen pachters.

De lokale strategie zou er op gericht moeten zijn een volledig voedselproductie, zorg en educatiepakket door de bestaande bedrijven rondom de stad te laten verzorgen. Dat betekent inventariseren en organiseren.  Op kavels van het Linderveld is een bod gedaan door een aantal bestaande kleine bedrijven in productie, zorg en distributie die met elkaar prima bouwstenen vormen voor een verder te ontwikkelen lokale en circulaire economie samen met andere al bestaande bedrijven rondom Deventer.  En van voedselvoorziening kan heel goed doorgeorganiseerd worden richting andere verwerkings- en productie sectoren. Er zou in dit verband veel geleerd kunnen worden van de ervaringen van de coöperatie Ons Belang zoals die voor de Tweede Wereldoorlog in Deventer floreerde.

Gert Jan Jansen

 

 

 

 

 

 

 

 



Plaats een reactie