Lekker Groen is Lekker Lokaal geworden

Maar Lokaal is méér!

Wat een prima krant is Trouw toch! Geen enkele krant in Nederland besteed zo veel, zo consequent en met zoveel intentie aandacht aan belangrijke maatschappelijke thema’s. Precies de reden waarom ik de krant lees. Die intentie werd ook weer duidelijk neergelegd in de Lekker Groen bijlage 2009 als bijlage bij de krant van 30 mei. De belangrijkste ontwikkeling in deze bijlage t.o.v. die van 2008 is de ontdekking van lokaal als één van de antwoorden in de vraag naar maatschappelijk verantwoorde voeding. Lekker groen is Lekker Lokaal geworden.

Wat wél zeer doet is dat er kennelijk een buitenlander voor nodig is geweest om deze omslag in het redaktionele denken van de krant te bewerkstelligen. Meer dan 2 jaar weigerde Trouw artikelen van mijn kant over de noodzaak van een meer lokale focus in plaats van de eenzijdige nadruk op ‘eco’. Op eco mocht lange tijd geen kritiek geleverd worden, een organisatie als Biologica krijgt elk jaar minimaal 1 keer een volle pagina om haar gedachtengoed aan de man te brengen. Met weinig succes overigens want het marktaandeel eco komt al jaren niet boven de 2%.

Het was Michael Pollan die in zijn weergaloze boek The Omnivore’s Dilemma (Penguin, 2006) in een heel authentieke zoektocht naar eerlijk, lekker en duurzaam voedsel uitkomt bij lokale producenten. Over eco stelt hij onomwonden: “organic is just another taste in world market” daarmee zijn diepe teleurstelling tot uiting brengend over een ooit ideologisch gedreven (handels)sector die vervallen is tot een trade mark.

De wetten van de markt

De ecomarkt heeft zichzelf uitgeleverd aan de wetten van de markt waarop ook de zo verguisde bulk aan gangbare producten hun thuisplek vonden. Winst werd het leidende motief. Lak aan ecological footprints, voedselkilometers of productenvan het seizoen. En waarom toch altijd weer die Johnnie Boer opgevoerd? Deze man verkoopt koolzaadolie voor 40 Euro per liter, afkomstig uit Australië en Nederlandse wijn van een geadopteerde wijngaard voor enkele 10-tallen euro’s per liter en heeft verder een hele winkel volstaan met Franse import. Stinkend duur en hij kan het maken omdat hypegevoelige hedonistische klanten kennelijk denken met producten onder zijn naam verkocht iets extra’s te kopen. Kortzichtig zakelijk of persoonsgericht gewin wint het hier van een lokale gedrevenheid welke laatste weliswaar in een wel heel dun populair sausje wordt beleden.

Nieuwe golf van industrialisatie

Waarom ziet niemand in dat de ontwikkeling die nu gaande is op het gebied van verwerkte primaire agrarische producten niets anders is dan de opstart van een nieuwe golf van industrialisatie op het platteland? Net als de eerste zuivel, strokarton, suiker en graanverwerkende bedrijven aan het eind van de 19e eeuw? Als Vechtdal-deelnemers nu al weer dromen van ‘export’ van hun ‘wow’ producten wat blijft er dan nog over van de lokale focus?

De landwinkelcoöperatie en tal van ‘streekproductenleveranciers’ slepen nu al met zgn. streekproducten het hele land door. Niet zelden blijken deze zgn. streekproducten niets anders te zijn dan bulkproducten voorzien van een lokaal etiket. Papierhandel dus, oplichterij. Er zijn zelfs bedrijven die deze etiketten openlijk aanbieden. Het mag kennelijk van de wetgever die immers zelf de moeder en beschermer van het groeimodel kapitalisme is. Dat heeft het laatste jaar ons wel weer duidelijk laten zien.

Juist tegen dat groeidenken verzet de ecosector zich niet en evenmin de moderne, als hype door de machthebbers aanvaardde streekproductenleveranciers en distribuenten. Net als met de verwerkers van 1890 zal dat uitendelijk eindigen in nieuwe voedingsmultinationals zoals FrieslandCampina, the Greenery en Unilever. Een ontwikkeling die gepaard ging met de uitstoot van duizenden kleinere bedrijven, woon- en arbeidsplaatsen. Een ontwikkeling ook die leidde tot een eentonig grootschalig landschap, individualisering en vereenzaming. Een onvermijdelijke ontwikkeling tenzij we nu al durven het kaf van het koren te scheiden en als maatstaf een échte lokale focus nemen. Waarin gezocht wordt naar de juiste maat voor regionale zelfvoorziening, gewerkt wordt aan modellen en samenwerkingsvormen waarin die maat wordt gewaarborgd.

Lokale economie

Lokale economie is dan ook véél meer dan voedsel! Een werkelijke lokaal geörienteerde economie zal zich tot op zeer grote hoogte moeten weten te ontrekken aan de wetten van het groeimodel kapitalisme. En dat valt niet mee! Dat vereist uitterste preciese in planning en samenwerking. Immers, hoe boks je renderend op tegen de Unilevers die hun kostprijs tot het uitterste hebben verlaagd, niet alleen door de schaal waarop geproduceerd wordt maar ook door de wereldwijde keuze van de plaats ervan (vergelijk de sluiting van de winstgevende Calvé fabriek in Delft ten gunste van een lage lonenland). Tenzij je tevreden bent met 1,97% van de markt(zoals eco nu met een gemiddelde hogere prijs dan gangbaar van 84%) en lak hebt aan de massa van de consumenten, zul je je eigen kostprijs ter discussie moeten willen stellen.

Hoe kan ik lokaal verwerkte producten aanbieden tegen maximaal 20% meerprijs ten opzichte van Unilever. Dát zou de hamvraag moeten zijn. In het verse product kan lokaal meestal goed mee met de franchise groenten uit de supermarkt omdat allerlei kosten voor verpakking, opslag, logistiek en PR wegvallen ten opzichte van de supermarkt-ketens. In het verwerkte product ligt dat anders omdat daar veel meer kapitaal en arbeidstijd in is verwerkt met behulp van dure Nederlandse lonen. De kosten voor kapitaal en arbeid in het verwerkte lokale product zullen dus omlaag moeten. En dat kan alleen door nieuwe vormen van exclusieve samenwerking te ontwikkelen bijvoorbeeld met zorginstellingen, ouderenorganisaties, scholen en met de consumenten zelf.

Ingebrachte eigen arbeid bijvoorbeeld als deel van je aankoopbedrag, zoals nu al gebeurt in zelfpluktuinen of in Community Supported Agriculture bedrijven (zoals bijv. Nieuwe Ronde). In een lokale economie behoren productie, arbeid (mensen), zorg en onderwijs, maar ook bouw en beleid op elkaar afgestemd te zijn. Letterlijk uit de anonimiteit gehaald. Alleen dán kan efficiënt aan een duurzame = weerbare regionale economie inhoud gegeven worden.

Lokaal landschap als kado

Lokale economie betekent per defintie een kleinschalige productiewijze dus ook een kleinschalig landschap dat dan dus weer een authentieke eigen economische drager heeft. Dat levert flinke bezuinigingen op voor de overheid die zich niet meer te sappel hoeft te ploeteren in ‘Deltaplannen voor het Landschap’ en dergelijke grootschalige en dure vertruttingsmodellen. Nog meer valt er te bezuinigen voor de overheid als het Minsterie van Landbouw, Provincies en Gemeenten in navolging van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking stopt met het financieren van de vele, vele platformbijeenkomsten met borrel en hapje, dure subsidietrajecten en hele batterijen aan onderzoeksadviseurs.

Geef het platteland en de streek, haar ondernemers en burgers hun eigen lokale dynamiek terug en steek het bezuinigde geld in de bescherming van hun prille zoeken naar onafhankelijkheid en help díe initiatieven daadwerkelijk tot ontwikkeling te brengen.

Hof van Twello, Lekker Lokaal en de Nieuwe Meente

Hof van Twello is een voorbeeld van een bedrijf in die prille zoektocht naar regionale onafhankelijkheid. Inmiddels met 8 partners aktief in de meente Hof van Twello probeert zij een antwoord te vinden op de hamvraag: hoe verwerkte producten en diensten betaalbaar aan te bieden. Een meente is een gemeenschappelijk gebruikt stuk grond zoals meentes eeuwenlang bestonden op de oostelijke zandgronden. Met inmiddels meer dan 700 klanten per week in haar streekwinkel en vele duizenden bezoekers per jaar voor haar educatieve en recreatieve activiteiten kent het bedrijf een groeicijfer van 45% per jaar (2008, eerste kwartaal 2009).

De prijs voor de verse producten ligt er onder die van Albert Heijn en toch worden er vrijwel geen kunstmest noch chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Onlangs is aan de omringende overheden het verzoek gedaan 500 hectare in haar omgeving tot lokale Meente te verklaren waarin bewoners en gebruikers zelf de inrichting van hun gebied mogen vorm geven, inclusief de eigen voorziening in voedsel, bouwmaterialen, arbeid en zorg.



Plaats een reactie