Biodiversiteit moet je vermarkten

In 2008 diende Hof van Twello bijgaand projectvoorstel in bij het ministerie van LNV in een toenmalige zoektocht naar vernieuwende concepten. Het plan werd afgewezen omdat zoals men zei: “het lijkt wel of je de kleinschaligheid opnieuw wilt uitvinden, maar die hebben we toch al lang?” Stupider kon de afwijzing niet verwoord worden, zeker in het licht van de huidige kaalslag in de landbouw en het landschap. Het project is actueler dan ooit nu minister Schouten weer eens kool en geit wil sparen in haar plannen: wel biodiversiteit, maar ook grootschaligheid en exportgerichtheid. Deze doelstellingen komen onherroepelijk met elkaar in conflict  en worden afgekocht met vele miljoenen subsidies voor houtwallen en bosschages in het landschap. Dat het ook anders kan, goedkoper voor de samenleving en beter voor de biodiversiteit bewijst ons projectvoorstel:

In de 80-er jaren van de vorige eeuw had de beroemde botanische tuin in Engeland, Kew Garden, het lumineuze idee om bedreigde plantensoorten te gaan verkopen. Hun devies: het beste wapen ter bescherming van bedreigde plantensoorten is deze te gaan vermarkten. Het programma werd een doorslaand succes. In vele, ook Nederlandse, tuincentra is inmiddels een lijn Kew zaden te koop. Dit experiment van Kew Garden is een mooi voorbeeld hoe een ecologische doelstelling kan worden omgezet in een commercieel succes.

Een vergelijkbare filosofie passen wij, Hof van Twello, in dit voorstel toe op biodiversiteit: Biodiversiteit moet je vermarkten! Wij zien mogelijkheden om de diversiteit aan voedselgewassen uit te breiden, de kwaliteiten van elk van de gewassen te etaleren en de toepassing van de gewassen voor voedingsmiddelen te commercialiseren. De biodiversiteit kan blijvend worden verhoogd door een groter assortiment aan landbouwproducten renderend te maken voor telers, verwerkende bedrijven, de handel en aantrekkelijk te maken voor consumenten.

 

 

Ontwikkelingen bij de consument

Laat ons eerst eens kijken naar de consument. Er zijn voortdurend ontwikkelingen op het gebied van andere smaken en nieuwe culinaire en teeltkundige mogelijkheden. Een aantal trends illustreren dit:

  • De smaak van de consument ontwikkelt zich. Werd groente tot diep in de vorige eeuw nog urenlang gekookt en avant la lettre à la crème geconsumeerd, in de loop van de laatste decennia wordt groente veel korter gekookt. De consument vraagt nu om een bite, ofwel lekker knapperige groenten.
  • De smaak ontwikkelt zich ook nog op een andere manier: er wordt bijvoorbeeld weer bitterder gegeten[1]. En ook wordt er steeds pittiger gegeten. Peperplanten worden in steeds meer volkstuinen aangeplant en hete sauzen en sambals verheugen zich in een toenemende vraag.[2]
  • Er is een culinaire beweging ontstaan, gevoed door 10-tallen kookprogramma’s waardoor er een voortdurende educatie plaats vindt op het gebied van bereiding van nieuwe en onbekendere gewassen en producten. De moderne consument wenst variatie en is steeds bereid nieuwe mogelijkheden uit te proberen en te benutten. [3]
  • Zelf groenten en kruiden telen is weer helemaal terug. Voor het eerst sinds de tweede Wereldoorlog werden er in de Nederlandse tuincentra in 2008 méér zaden van groenten verkocht dan van siergewassen. De aanvragen voor volkstuinen blijven groeien met bijvoorbeeld in Amsterdam op een bestand van 4000 tuinen een wachtlijst van 1000. De volkstuinders zelf staan vaak open voor nieuwigheden en experimenten. [4]  Moes- en volkstuinen zijn belangrijke dragers van biodiversiteit.
  • De groeiende aandacht voor alternatieve teeltwijzen, zoals permacultuur, maakt dat mensen meer open staan voor groente als  “eetbaar deel van een plant” i.p.v. uitsluitend de verschijningsvorm van groente in de supermarkt als maat te nemen. Omdat er in zo’n tuin van alles groeit, vervaagt zelfs het onderscheid tussen wild en gecultiveerd, tussen jonge en doorgeschoten planten, tussen meer- en eenjarig planten en wordt de eetbaarheid steeds vaker een belangrijk criterium voor het behoud van de plant in de tuin.

 

 

Ontwikkelingen in de markt

Naast ontwikkelingen bij de consument zijn het ook ontwikkelingen in de markt die het o.i. mogelijk maken een flink aantal gewassen toe te voegen aan het voedingspakket.

Tot nu toe gaat vrijwel elke introductie van nieuwe gewassen in Nederland en dus in Europa gepaard met een gewasgebonden campagne: dé broccoli, dé paprika, dé aubergine, dé rucola. We kennen allemaal de posters en flyers over deze gewassen. Deze introducties worden grootschalig aangepakt met dure campagne. Een uitzondering vormt de sector van de saladegroenten, met name de ‘babyleaves’. Hierin zitten gewassen die eigenlijk niemand kent maar wel lekker zijn, zoals rode amsoi, bietenblad, mizuna e.d. In de marketing rondom deze saladegroenten staat het gebruik centraal.[5] Door het gebruik centraal te zetten kan de marketing eenvoudiger blijven. Het biedt de mogelijkheid om de productsamenstelling te variëren rondom een aantal gekozen thema’s.

Een belangrijk kenmerk deze aanpak is dat de naam van het achterliggende gewas minder belangrijk wordt. Dit maakt de introductie van nieuwe gewassen eenvoudiger. Juist in die gebruikswaarde liggen de kansen voor de nieuwe gewassen.[6] Bijvoorbeeld: in een “voorjaarssalade” zit dan winterpostelein, snijbiet, bataviasla, rucola (natuurlijk rucola!), klein hoefblad, meidoornblaadjes, hopscheuten, knoflookblad en Chinese bieslook. Het enige criterium voor succes bij de consument is of de salade lekker is! Op deze manier kunnen tal van mengsels worden samengesteld, ook voor soepen, ovenschotels en kruidenbosjes.

 

 

Bron van mogelijke alternatieve gewassen

Met het beoogde project willen wij een brug slaan tussen de kansen die er worden geboden door alternatieve gewassen en de vraag van de consument middels de mogelijkheden die moderne marktbenadering biedt.  Hiervoor maken wij gebruik van 4 bronnen van mogelijke alternatieve gewassen. Na voorselectie van kansvolle kandidaten, willen wij de toepasbaarheid onderzoeken op teeltkundig en levensmiddelentechnologisch vlak en toewerken naar een aantal concreet vermarktbare producten die aansluiten bij de consumentenvraag.

Vergeten groenten en andere vergeten gewassen

Veel gewassen zijn terecht uit het voedselpakket verdwenen. Een overheersende ontwikkeling in de loop der eeuwen is dat groenten, met name bladgroenten, steeds malser en zachter zijn geworden. Daarom is de Brave Hendrik als bladgewas (een ganzevoetachtige) verdwenen ten gunste van de huidige spinaziesoorten, en heeft zevenblad, nu vooral bekend als onkruid, eveneens als voedselgewas het veld geruimd.

Er zijn ook gewassen die anders dan om redenen van smaak uit het voedingspakket zijn verdwenen. En dat komt met name door de handel er in. Producten die niet lang houdbaar zijn, te lijden hebben van transport of onder opslag niet goed gedijen, of er simpelweg niet mooi genoeg uitzien, raakten uit de gratie. Dit zijn interessante gewassen met potentieel voor herintroductie. Immers, de huidige logistieke mogelijkheden zijn veel groter dan honderd jaar of meer geleden. Voorbeelden van dit soort gewassen zijn de Pink Fir Apple, een onooglijke maar heerlijke aardappel uit de Victoriaanse tijd. Heerlijk, voor een breed publiek, zijn ook de pastinaak, haverwortel, wortelpeterselie, aardpeer en knolkervel, mits goed bereid als ovenschotel. Eenmaal gerooid verschrompelen de knollen echter vrij snel (i.t.t. een aardappel!) waardoor ongeconditioneerd transport en opslag de handel in deze gewassen vroeger flink in de weg zat. Met de huidige opslagtechnieken zijn deze producten veel beter te bewaren.

 

Wilde eetbare planten
De bron van elk cultuurgewas is een wilde plant, welke na selectie en veredeling uiteindelijk het nu bekende cultuurgewas opleverde. In wilde sla is met moeite een kropsla te herkennen! Van alle planten die op de wereld gegeten worden is nog steeds 90% niet in cultuur gebracht, zij worden verzameld, net als dat al duizenden jaren gebeurt. De 10% van de gewassen die wél onder cultuur, selectie en verdeling is gebracht levert overigens wél 80% van de totale plantaardige voedselproductie op.[7]

Het proces van domesticatie is de laatste 100 jaar echter bijna tot stilstand gekomen. Vonden eerder nog gewassen als aardbei, framboos en bosbes hun weg naar de telers, de laatste jaren is wellicht de wilde rucola het enige aansprekende voorbeeld van een recent gedomesticeerde plant. Desondanks denken wij dat, gezien de eerder beschreven trends op smaak, culinair,  (moes)tuinkundig en marketing gebied, er kansen zijn voor nieuwe succesvolle domesticaties. De sterke groei van het vegetarisme en steeds groter wordende groepen mensen die uitsluitend rauw eten, dragen extra bij aan die kansen. Gewassen die o.i. een goede kans maken om door te dringen tot de gecultiveerde velden zijn bijvoorbeeld de berenklauw, grote en kleine brandnetel, daslook, veldzuring, hop, klein hoefblad, kraailook, nagelkruid, kaasjeskruid, teunisbloem, braamblad, lievevrouwenbedstro, moerasspirea en welriekmende agrimonie (thee). Een deel van de teelt van wilde planten vraagt om een ruige, natuurlijke vegetatie, zoals in bermen, bosjes en langs akkerranden te vinden is. Hof van Twello biedt in de huidige bedrijfsinrichting de voorwaarden voor de teelt van diverse wilde planten.

Wij werken in ons onderzoek naar deze nieuwe mogelijkheden samen met Laurette van Slobbe, auteur van het boekje “Eten en drinken met Wilde Planten”, Florae, 2007. Zij verzorgt workshops en cursussen op dit gebied.

Exotische Gewassen
Nederland heeft bijna geen, van oorsprong, eigen planten. Vrijwel elk gewas dat wij eten en  anders nuttig aanwenden komt van elders. De wilde kool is het enige gewas waarvan men denkt dat die van oorsprong (ook) aan onze Noordzeestranden groeide. Maar dat uit deze wilde kool alle koolsoorten ontstonden is zelfs twijfelachtig.[8]  Voortdurend hebben dus exoten bijgedragen aan het ontstaan van ons voedselpakket. Smaakmakend in dit opzicht zijn de meeste grootfruitsoorten en kruiden die in de Romeinse tijd ons land bereikten. En later (na Columbus) de aardappel, tomaat, aubergine en paprika. Bij de laatste is het merkwaardig dat deze pas laat in de 20e eeuw tot onze hoofdgewassen doordrong. Een ander bewijs van smaakontwikkeling! Na verloop van tijd worden de eertijds exoten dan ook niet meer als exoot ervaren, zoals met bovengenoemde gewassen zondermeer het geval is.

Exotisch is dus een relatief begrip maar desondanks bruikbaar in dit kader. Als exotisch worden dan gedefinieerd: Gewassen die tot nu toe vrijwel geen teelt in Nederland kennen. Door hun introductie versterken ze de biodiversiteit op de Nederlandse velden en in de Nederlandse kassen.

Oude Nederlandse landrassen

Er vindt een afname plaats in aantal gecultiveerde planten en ook aan variatie binnen de gecultiveerde gewassen (genetische erosie). Volgens de FAO worden er wereldwijd nog maar 150 gewassen op enigszins grote schaal geteeld en gegeten. Van die 150 zijn er maar 12 die samen 75% van de wereldvoedselproductie voor hun rekening nemen. 50% van de plantaardige voedselenergie wordt geleverd door 3 granen: rijst, mais en tarwe.[9]

Binnen de Nederlandse landsgrenzen worden van vele gewassen nog oude rassen door telers heel plaatselijk en vaak kleinschalig in stand gehouden.

Een prachtig moment beleefde ik in de zomer van 2008. Stichting Ijssellandschap had een grote tuinlunch georganiseerd voor haar pachters op haar havezate ‘de Haere’ bij Diepenveen. Tegenover mij zat iemand die op het landgoed woont en er een moestuin heeft. Wij kwamen aan de praat en ik vertelde hem nergens meer een droogkokende gele boon te kunnen vinden terwijl mensen in mijn winkel daar wel om vroegen. “Die had mijn opa altijd en die waren zó lekker!”  Blijkt mijn tafelgenoot die dus te hebben! Al generaties lang in de familie doorgeteeld. Nu vermeerder ik de soort weer en heb hem te koop gezet in mijn winkel.[10]

Overal zijn nog oude tuinders en moestuinders met hun ‘eigen’ rassen in de weer. In Twello en omgeving werd vroeger veel witlof geteeld. De meeste tuinders hadden eigen selecties, die overigens zoals gebruikelijk, vaak wel werden uitgewisseld en vermengd.  Eén van die tuinders, inmiddels de 85 gepasseerd, teelt nog elk jaar zijn eigen witlof en elk jaar vermeerdert hij een beperkt aantal planten voor het zaad. Nog even, en hij en soortgelijke telers zijn uitgestorven, en met hen heel veel landrassen.

Onderdeel van dit project is een inventarisatie van Nederlandse landrassen. Het doel daarvan is om zowel de zaden als de raskenmerken te verzamelen en te categoriseren. Vervolgens worden geschikte rassen gebruikt voor productontwikkeling.

Selectie van potentierijke gewassen en aansluiting bij de vraag van de markt

Wij schatten in dat in de groepen vergeten gewassen, wilde planten, exotische gewassen  en oude landrassen ongeveer 200 kandidaten zijn die binnen de eerste fase kunnen worden beoordeeld. De te onderzoeken gewassen zullen worden geselecteerd op karakteristieken die hen onderscheiden van de huidig gangbare gewassen. Anderzijds zal gezocht worden naar een combinatie van eigenschappen die het gewas gemakkelijk accepteerbaar maken voor de consument. Bij de selectie zal rekening worden gehouden met de teeltwijze, smaak, textuur, kleur, vorm in combinatie met de geschatte toepassing in recepten en verwerkbaarheid. In de selectie van potentierijke nieuwe gewassen staan voor ons de huidige gebruiksmogelijkheden centraal:

  • Salades
  • ‘Bouquet garni’
  • Thee
  • Soepen
  • Ovenschotels
  • Pesto’s
  • Zaaizaad

Naar schatting is het resultaat van fase 1 een 40-tal gewassen die in aanmerking komen voor nader onderzoek tijdens fase 2 van het project.

Gedurende fase 2, het onderzoek- en ontwikkeltraject, zullen aan de hand van testen de teelt, de bewaarbaarheid en de verwerkbaarheid kwalitatief en kwantitatief worden onderzocht. Soepen, salades, thee’s, pesto’s en ‘bouquet garni’ zijn relatief gemakkelijk samen te stellen en als gemaksvoedsel te vermarkten, bij ovenschotels ligt dat complexer. Gewassen als pastinaak, wortelpeterselie, schorzeneer, aardpeer en haverwortel, bijvoorbeeld, zijn heerlijk in ovengerechten. Alleen wil de consument dan wel een kant en klaar schotel die zo de oven in kan. Dat vereist technologisch onderzoek voor het vaststellen van de juiste voorbehandeling, de verpakking en de vereiste bewaaromstandigheden. Hetzelfde geldt voor  soepen en salades voor kleinschalige, lokale, toepassingen. Hoe ziet de voorbewerkingslijn eruit? Wat is nog rendabel? Ook op deze vragen zal het project antwoord geven.

Verder zullen wij de consument vragen om een oordeel via de verschillende wegen die het Hof van Twello ter beschikking heeft: de winkel, de catering en workshops. Voor gedetailleerdere beeldvorming van fase 2 zie Projectfasering. Het doel is om tijdens het onderzoek- en ontwikkeltraject 20-30 soorten te selecteren en deze in de volle breedte van hun gebruik te ontwikkelen: versproducten, koelverse gerechten, conserven, thee, teeltwijze, zaaizaad.

Tijdens fase 2 zal de inventarisatie naar de Nederlandse landrassen worden uitgevoerd. Wanneer hieruit bruikbare rassen naar voren komen voor herintroductie, dan nemen we deze mee in de productontwikkeling.

Lokale insteek essentieel voor verbeteren biodiversiteit

Centraal in onze benadering staat de lokale economie rondom deze producten. Ons pilot project (fase 2) is dan ook een lokale uitwerking. Waarom is dit zo belangrijk? Omdat alleen in de lokale benadering de spreiding van de gewassen optimaal wordt bevorderd. Concentratie op een paar grote bedrijven doet het effect van de uitbreiding in gewassen te niet.[11]

Voor de lokale benadering lijkt de tijd meer dan rijp. Consumenten vragen steeds meer naar lokale producten omdat zij op die manier zeker weten waar en hoe het product gemaakt is en bovendien rechtstreeks  met de producent in gesprek kunnen gaan.[12]  In de markt wordt er steeds meer op deze vraag geanticipeerd en ketens als Landwinkel en Marqt bewijzen de trend. (zie ook hieronder over Hof van Twello). Wetenschappers als Jan Douwe van der Ploeg (WUR) en Michael Pollan geven een theroretisch kader aan deze ontwikkelingen.[13] Ook in de Transition Town beweging wordt een lokale benadering nagestreefd als middel om tot een grotere weerbaarheid van de gemeenschap te geraken[14]  De internationaal opererende Slow Food beweging haakt met haar Terra Madre en Food Communities eveneens in op de wereldwijde wijde trend tot meer lokaal georiënteerde productiesystemen.[15]

Eén van de vragen zal zijn in hoeverre lokale kernen moeten samenwerken en in welke activiteiten. Onderzocht zal bijvoorbeeld worden in hoeverre de opzet van regionale verwerkingscoöperaties gewenst is en of en hoe deze tot kostprijsverlaging van het regioproduct kunnen leiden. Dat is een belangrijke voorwaarde voor overlevingskansen van (kleinschalige) streekproducten!

Middels een pilotproject, gesitueerd rondom Hof van Twello, wordt de these bewezen dat het mogelijk is tot een aanzienlijke uitbreiding van een vermarktbaar assortiment groenten en kruiden te komen. Dit zowel in verse als in verwerkte vorm.  Ervaringen die binnen de pilot worden opgedaan met de teelt en verwerking van nieuwe gewassen, kunnen in regio’s elders in Nederland worden toegepast, maar ook buiten onze landsgrenzen.

Hof van Twello

Hof van Twello legt zich toe op de teelt en ontwikkeling van nieuwe gewassen

en producten voor  kleinschalige land- en tuinbouw. Ketenlang en sectorbreed, d.w.z. in samenwerking met andere primaire producenten en met veredelaars, verwerkers en marketeers. Hof van Twello stelt zicht tot doel om  gewassen te commercialiseren, die met een relatief laag niveau van technologie een goed rendement opleveren onder de gegeven plaatselijke klimatologische omstandigheden. Deze gewassen zijn daardoor per definitie goedkoop te telen met de minste belasting voor het milieu en samenleving.

Uitdrukkelijk plaatst het bedrijf haar werk binnen de setting van het bevorderen van de lokale economie. Produceren voor de lokale markt in een streven naar zelfvoorziening betekent per definitie een groot assortiment geteelde gewassen in een eveneens per definitie kleinschalige opzet. In niets komt de gestegen biodiversiteit meer tot uitdrukking dan in een dergelijk kleinschalig, rijk geassortimenteerd en renderend landschap.[16]  Voor nadere info over Hof van Twello en haar missie zie https://www.hofvantwello.nl/missie-visie.html .

’t Hof richt zich daarbij op de stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen. Reeds een aantal regionale producten werden op eigen kracht ontwikkeld: vruchtensap, wijn, meelproducten, bakmelen. Deze producten worden op de markt gebracht onder het open label IJsselvallei.

Uitbreiding van het productenpakket met alternatieve voedselgewassen zal de locale economie en het merk IJsselvallei verder versterken. De huidige bekendheid van de producten onder het merk IJsselvallei zal vraag en afzet van alternatieve teeltgewassen en de daaruit afgeleide producten ondersteunen.

Het Hof van Twello heeft in haar opzet en aanpak van de afgelopen jaren reeds de randvoorwaarden opgebouwd waarmee de uitbreiding van de variëteit aan teeltgewassen zowel economisch als landschappelijk tot een succes kan worden gemaakt. Hierdoor biedt het Hof van Twello zelf de mogelijkheid om nieuwe gewassen op eigen grond te telen en zodoende als pilot te dienen voor de uitbreiding en vermarkting van de teeltgewassen.

Gert Jan Jansen was oprichter en bijna 20 jaar directeur van Xotus, bij Den Haag. Het bedrijf was gespecialiseerd in de teelt en onderzoek naar nieuwe, van oorsprong exotische gewasintrodukties. Onder zijn leiding werden duizenden soorten en variëteiten uitgetest en kwam ook het in voetnoot 3 genoemde kookboek tot stand. Ook bij Hof van Twello, het huidige bedrijf van Gert Jan, wordt aandacht besteed aan exoten.

Daarnaast is Gert Jan Jansen erkend deskundige op het gebied van vergeten gewassen.

Voor de WUR, Centrum voor Genetische Bronnen Nederland, schreef hij de brochure Vergeten Groenten (2007). Zie ook Vergeten Erfgoed op https://www.hofvantwello.nl/externe-projecten.html . Hij verzorgt lezingen en cursussen over deze gewassen., o.a. voor Hogeschool Larenstein waar hij tot voor kort als part-time docent aan was verbonden.

Economisch perspectief van het project

Voor Hof van Twello

Uitbreiding van het productenpakket, zowel vers als verduurzaamd, in streekwinkel Hof van Twello. Productie en landelijke verkoop van zaden van de nieuwe gewassen. Hof van Twello zal de opgedane expertise over teeltwijzen gebruiken voor advisering elders.

Ontwikkeling van producten en productiemethoden die zich lenen voor regionale schaal.

Voor de lokale economie

Uitbreiding regionaal productenpakket. Verbetering inkomenspositie regionale telers. Robustere locale economie. Aantrekkelijker buitengebied versterkt toeristische sector.

De producten worden in eerste instantie verkocht in de eigen streekwinkel van Hof van Twello maar tevens bij collega boerderijwinkels in de gehele IJsselvallei, Salland en de Veluwe met wie Hof van Twello intensief samenwerkt.[17]  Later zullen lokale speciaalzaken, horecatoeleveranciers en supermarkten worden benaderd. Naast de streekgebonden productiewijze en presentatie blijft de verkoop ervan regionaal.

Voor Nederlandse land- en tuinbouw

Het in de pilot ontwikkelde concept kan elders in Nederland worden toegepast, zoals ook het Lekker Lokaal concept inmiddels ruime navolging vond in den lande.[18]  Geschatte omzet op basis van 1 % van de versmarkt bedraagt 15,5 M€ per jaar.

Bijdrage op sociaal en duurzaam economisch vlak.

In de huidige samenleving is de voedselaankoop voor een belangrijk deel losgekoppeld van de voedselteelt en -productie. De afgelopen decennia heeft de commercie zich steeds meer gericht op productimago’s. Productiefaciliteiten hebben zich ontwikkeld tot steeds grotere en anoniemere installaties achter merknamen. Daarmee is de productie van voedingsmiddelen buiten het gezichtsveld geraakt van de consument. Ook de samenstelling van producten is voor de consument onbekend. Immers de producent koopt ingrediënten als commodity op de wereldmarkt. De boeren en telers die leveren aan de industrie zijn anoniem geworden voor de consument.

Door de teelt van landbouwgewassen kleinschaliger op te zetten en regionaal in te richten worden de productie en consumptie van voedingsmiddelen minder anoniem. De producenten en consumenten worden daarmee zowel economisch als sociaal weer met elkaar verbonden. De kleinschalige productie (teelt) leidt bovendien automatisch tot een kleinschalig en daardoor per definitie divers en meestal aantrekkelijk landschap. Dit sluit beter aan bij de menselijke maat in de samenleving. Deze kleinschaligheid op zichzelf ondersteunt de verbetering van de biodiversiteit.

Afsluiting                                                                                                                           

Stel je voor: Gebieden die voor een groot deel zich zelf voeden met verse en gezonde lokaal geteelde en verwerkte producten.  Agf, zuivel, sappen, bier, wijn, jams, mosterds, vleeswaren, brood, spijsolie, vrijwel het gehele voedingspakket is van lokale oorsprong. Doordat de streekbewoners weer contact hebben gemaakt met de gewassen en de producenten achter de producten is er een zeer divers aanbod: zoveel mensen, zoveel smaken!  En wat communiceert nu gemakkelijker dan rechtstreeks met de producent?[19]

Door coöperatieve samenwerking is de streek er in geslaagd het prijspeil van de verwerkte producten vrijwel nergens meer dan 20% boven het huidig gangbare prijsniveau te laten

uitstijgen. Verse producten uit de regio zijn gemiddeld zelfs goedkoper door hun kapitaalextensieve productiemethodes en lage logistieke en PR kosten.[20]

Het landschap in de streek is gevarieerd en kleinschalig. Overal zie je dat het gebied desondanks intensief wordt benut, inclusief de wilde planten. Op de menukaarten van de restaurants komen de streekproducten veelvuldig voor waarbij het opvalt dat er een veelheid van planten en gewassen in de gerechten wordt toegepast. De conclusie is duidelijk: deze streek heeft samenhang gekregen en een economische buffer opgebouwd!

Wij zien ons voorstel als een pilotproject dat als voorbeeld kan dienen voor veel andere streken in Nederland. Wat betekent dat overal in Nederland de biodiversiteit een enorme impuls krijgt doordat het aantal geteelde en benutte gewassen overal is toegenomen.

[1] In de winkel van Hof van Twello vragen klanten expliciet om ‘die ouderwetse bittere spruiten en witlof’.

[2] Toen Xotus in 1985 een serie exotische zaden op de markt zette werd daar in eerste instantie vreemd tegen aangekeken door de gevestigde zaadfirma’s. Momenteel voeren vrijwel alle zaadhuizen een lijn exoten met daaronder vele pittige en scherpe soorten.

[3] Eén van de eerste zeer goed bekeken kookprogramma’s op de Nederlandse TV was de Teleac cursus Exotisch koken uit 1991, in 1992 nog gevolgd door een tweede cursus Exotisch koken met kruiden. Deze programma’s trokken toen soms meer dan een miljoen kijkers. Van het kookboek Exotisch koken, 1987, uitgebracht door Xotus i.s.m. Novib en de Balie, werden 70.000 exemplaren verkocht.

[4] In de winkel van Hof van Twello, met daarin het grootste zaadaanbod van heel oost Nederland, stijgt de verkoop van zaad gestaag en is er met name interesse in de bijzondere gewassen.

[5] Koppert Cress werkt wel op basis van de naam van het gewas, maar door het zéér exclusieve gebruik wordt die naam meer een trade mark dan dat de feitelijke gewasnaam doorkomt.

[6] In de tuincentra was een vergelijkbare ontwikkeling te zien. Vroeger kon je tuinplanten uitsluitend op Latijnse naam gesorteerd vinden in een tuincentrum. Nu gaan ze ook daar uit van gebruikswaarde: schaduw, zon, geel, vochtig, etc. Ook in tuinen weten mensen vaak niet meer welke plant ze precies kochten, wél dat ie mooi is op die plek.

[7] G.H. Grubben, persoonlijke mededeling.

[8] N.W.Simmonds. Evolution of Crop Plants. Longman, 1986. p.49.

[9] Zie ook Gert Jan Jansen, Bert Visser. Vergeten Groenten. WUR/CGN, 2007

[10] Beleefd door Gert Jan Jansen. Wij lopen hiermee zoveel mogelijk in de pas met Richtlijn 2008/62/EG van de Europese Commissie. Het ras zal worden aangemeld voor toelating in de nationale rassenlijst.

[11] Vrijwel de gehele productie van peterselie voor de vriesdroogmarkt in de VS wordt geproduceerd op 1 bedrijf in Californië. Een lokaal geörienteerde markt voorkomt een dergelijke verschraling van het geteelde pakket gewassen.

[12] Zie ook Victor Immink, Sandra van der Kroon, WUR, 2006. Wat je vers haalt is lekker, thuisverkoop op het Platteland.

[13] Zie o.a. Jan Douwe van der Ploeg in NRC van 10 mei 2008. Lokale economie als oplossing voor peak oil en klimaatcrisis. En Michael Pollan in The Omnivores dilemma (2006) en In defense of food (2008)

[14] Rob Hopkins, The Transition Town Handbook, 2008. Dit boek is zojuist ook in het Nederlands verschenen.

[15] Zie www.slowfood.com

[16] Rondom Deventer zijn een 20-tal bedrijven gevestigd die produceren voor de lokale markt. Gezamenlijk bestrijken zij ongeveer 300 stuk voor stuk aantrekkelijke hectares waarmee ongeveer 2% van de lokale bevolking wordt gevoed. Door betere kostprijsbeheersing en een groeiend bewustzijn van de burger voor lokale economie zal dit % naar verwachting de komende jaren nog sterk gaan stijgen met dito kans voor de biodiversiteit en het landschap. Bij Hof van Twello alleen al kennen we de laatste 2 jaar een groei van 45% per jaar met momenteel, in de winkel, rond de 800 betalende klanten per week.(eigen onderzoek GJJ).

[17] Gert Jan Jansen was projectleider van ‘Kwaliteit in BoerenLijn’  (2004-2006) waaruit Lekker Lokaal voortkwam. Beiden hebben als doel de bevordering van het gebruik van streekproducten en de verbetering van de kwaliteit er van. In de organisaties zijn ongveer 60 ondernemers verenigd. Momenteel wordt de samenwerking verbreed in Voedsel Gemeenschappen van Slow Food.

[18] Zie bijv. Lekker Utrecht en vergelijkbare initiatieven bij Den Haag, de Achterhoek en Nijmegen.

[19] In de winkel van Hof van Twello worden 15 soorten pootaardappels verkocht, en nog is er vraag naar andere rassen. Het assortiment verse groenten en kruiden in de winkel is veel groter dan in een gemiddelde supermarkt. Rechtstreekse communicatie tussen producent en klant leidt onherroepelijk tot die verbreding. Een verbreding die zich laat vertalen in biodiversiteit te velde.

[20] Dat is nu ook al zo bij huisverkoop op gangbare boerderij- en streekwinkels. Id.12.

(einde blog)

 

Non-dualiteit en voeding

Besef voordat je verder leest één ding: dat je al heel bent. Dat is de betekenis van non-dualiteit: dat je één bent. Dat je één en heel bent.

Hoe moeilijk ook om voor te stellen als je je ziek of ongelukkig voelt, het is heel belangrijk om het verschil tussen non-dualiteit en de dualiteit waarin we leven te zien.

Waarom? En wat heeft dat te maken met voeding en gezondheid?

We hebben niet geleerd dat we allen één zijn.  Dat we ruimte zijn, tijdloos, volmaakt, verbonden en heel. En we leven in een wereld waarin dualiteit, en het gevoel van afgescheidenheid met alles om ons heen de regel is. Waarom dat zo is doet er voor nu niet toe. Maar het effect dat dit op ons heeft is van enorm belang.

Eénheid manifesteert zich (o.a.) in de wet van twee. Man-vrouw, koud-warm, dag-nacht. Ziek-gezond, goed-slecht; alles draagt automatisch zijn (schijnbare) tegendeel mee. Ga je bijvoorbeeld voor Gezond, dan roep je onbewust ook het tegendeel in het leven: Ongezond. Als een schaduw die in perfect evenwicht is met Gezond beïnvloedt dit je denken, voelen en handelen net zo goed. Dit is niet moeilijk te zien: denk aan Dieet, en meteen voel je de druk van lekker, teveel, zoet en vet eten ergens hinderlijk op de achtergrond of voorgrond. Het kost moeite en energie om dit weg te drukken en bij je motivatie voor Dieet te blijven. Het is een strijd die gestreden moet worden.

Het is van groot belang dit mechanisme van de automatisch metgezel van het tegenovergestelde te zien. De, vaak onbewuste, werking van deze automatische metgezel is namelijk niet te onderschatten, en houd je gevangen in een onmogelijke dans tussen positief en negatief, gewenst en ongewenst. En je ego heeft er een hell of a job aan om hiermee om te gaan.

Als je dit toepast op voeding zie je algauw het volgende ontstaan:

Je hebt gezonde voeding en ongezonde voeding en een heel groot grijs gebied ertussen, waar iedereen over bakkeleit en waarin voedingsgroepen als gevolg daarvan steeds van kamp kunnen wisselen. Vlees is slecht, vlees is goed, fruit is slecht, fruit is goed, koolhydraten zijn slecht, koolhydraten zijn goed. Supplementen zijn essentieel, beter geen supplementen. Conclusie: het is allemaal niet 1-2-3 zo duidelijk, ook als je bijvoorbeeld in het ‘gezonde kamp’ zit zijn er daarbinnen nog veel tegengestelde adviezen van de verschillende experts die je hoog hebt zitten.

Wat nu als je echt heel graag gezond wilt eten, en bereid bent je leefstijl daaraan aan te passen? Omdat je niet ziek wilt worden of omdat je kampt met een ernstige of levensbedreigende ziekte? Als je wilt ontgiften, je bloed en cellen wilt reinigen, je lichaam wilt voeden met de stoffen, energie en kwaliteit die het nodig heeft?

In dualiteit ontstaat dan het volgende: hoe positief bedoeld men het ook brengt, de adviezen leiden vaak onbewust tot een angstcultuur. Want ‘niet giftig’ gaat onbewust gepaard met z’n metgezel ‘gifig’ of ‘gevaarlijk’ of ‘verkeerd’ of ‘onverantwoord’. Hoe fanatieker je op je gezondheid bent gericht, hoe smaller de richel waarop je loopt en hoe banger je bent voor een misstap.

In de cursussen die ik over voeding heb gegeven, en in onze winkel heb ik vaak gezien hoe dit mechanisme heel wanhopige en welwillende mensen in hun greep kreeg: mensen die de ene bladgroente niet meer wilden eten omdat in een andere variëteit iets meer gezonde stofjes zaten. Mensen die aangaven dat gezonde voeding hun leven erg aan het vergallen was omdat ze het zo graag goed wilden doen, en geen plezier meer hadden in eten. Mensen met een fanatieke glans in de ogen die zich vast gewrongen hadden in de gekste details.

Toen kon ik m’n vinger er niet opleggen, ik zag alleen dat ze hun doel volledig aan het voorbijstreven waren. Met een verkrampte mind en verbeten mond probeerden ze gezond, levenslustig en positief te zijn. De onbewuste metgezel van hun positieve streven had ze ingehaald en dreigde af te breken wat ze met zoveel toewijding aan het opbouwen waren.

Afgelopen week luisterde ik naar de lezing van Brian Clement van het Hippocrates Health Institute uit Florida, en ik luisterde naar veel interessante informatie die hij gaf. En toen het klaar was viel het me op dat ik vooral dacht: wat jammer dat angst de onbewuste metgezel is van menigeen die zijn adviezen in de praktijk wil brengen. Het HHI doet baanbrekend werk waardoor veel inzichten over voeding en gezondheid beschikbaar zijn gemaakt voor een groeiende groep mensen wereldwijd die hier naar hongert. Hoe belangrijk is het voor deze grote groep mensen dat ze zich bewust zijn van het verschil tussen een duale en non-duale benadering.

Leer de belangrijkste metgezel bij een duale benadering van gezonde voeding kennen: als je niet ook dat éne stofje (of dat hele bataljon aan stofjes) toevoegt aan je voeding, hetzij als supplement, superfood of hele voedingsbron, dan ontneem je jezelf de kans om te ontgiften en revitaliseren en neemt het risico op bijvoorbeeld kanker toe. Het gaat  ten slotte om de tegenstelling ziek/ongezond-gezond. De vaak onbewuste angst om het verkeerd te doen, en de sterke wens om het goed te doen houden elkaar in een greep waarin geen enkele cel zich fijn en gezond bij zal voelen. Er wordt namelijk de hele tijd een strijd gestreden in dit krachtenveld, en dat levert veel (onbewuste) stress op, en een complexe dans waarin dan weer placebo- en dan weer nocebo-mechanismen  actief zijn.

In een nonduaal ontwaken besef je meer en meer wat het betekent dat datgene wat je echt Bent, altijd heel was, is, en zal zijn. Dat eenheid en heelheid je ware aard zijn. Dat je al thuis bent, dáár waar je je hele leven al zo naarstig naar op zoek bent. Het verandert je hele kijk op alles: tegenstellingen tussen giftig en niet giftig, gevaarlijk en ongevaarlijk, gezond en ongezond, vervagen en lossen op in dit besef van heelheid. Ook als je ziek bent, last hebt van allerlei klachten en allerlei onbalansen voelt. Alle kennis en informatie komt in een nieuw licht te staan. Ontwaken in non-dualiteit is voor veel mensen een gradueel proces, waarin de identificatie met de afgescheiden persoon die je altijd dacht te zijn langzaam wordt losgelaten en het besef dat je in werkelijkheid puur bewustzijn, liefde en vrede bent, langzaam steeds helderder wordt. Bij mij was het een borsttumor, bijna 6 jaar geleden, die mij op dit nonduale pad bracht. Ik zie de metgezellen nu helder: de schijnbare tegenstellingen die ervan overtuigd zijn dat ze totaal het tegenovergestelde zijn van hun metgezel waaraan ze onlosmakelijk vastzitten. Alleen al het bewust worden hiervan leidt tot een loslaten van deze duale houdgreep, en verandert de metgezellen in twee vrije danspartners in de magische dans van het leven.

Dit is dus geen kritiek op de lezing en het bijzondere werk van Brian Clement. Het is een toevoeging: zelfs als de notie van Eenheid nog niet meer is dan een idee waar je wellicht niet veel raad mee weet, is het goed om te zien hoe belangrijk het is om je bewust te zijn van het feit dat alles meteen z’n tegendeel meebrengt. Meestal onzichtbaar, maar wel even sterk aanwezig. Bij het streven naar gezondheid door voeding uit zich dat vaak in de vorm van angst en kramp om het verkeerd te doen: stel dat jij níet tig supplementen en superfoods op een dag inneemt of niet alleen maar ‘verantwoord’ eet, dan teken je als het ware je eigen doodvonnis. Onderzoek die angst en die kramp die vaak onmerkbaar ontstaat als je je op het gezonde pad begeeft. En geniet er in alle ontspannenheid van dat, voorbij de dualiteit, het zo’n vaart niet loopt. Je hoeft namelijk niet meer heel te worden, alleen maar thuis te komen in de heelheid die je bent. Voorbij ziekte en gezondheid, leven en dood. Allerlei prachtige onderzoeken over wat gezonde voeding voor je kan doen komen dan in een ontspannener en mooier licht te staan, waar je dankbaar gebruik van kunt maken, en waaraan je cellen zich kunnen laven.

Laurette van Slobbe 2-12-2018

Auteur van ‘Handboek Plantaardige en Rauwe Voeding. Voeding die voedt, reinigt, beschermt en geneest.’ En ‘Eten en drinken met wilde planten’.

Meer over non-dualiteit weten? Een greep: Jean Klein, Richard Miller, Eckhart Tolle, Adyashanti, Jeff Foster of lees bijvoorbeeld het boek “Ordinary Women, extraordinary wisdom. The feminine way of awakening” van Ria Marie Robinson, als kennismaking met het onderwerp.

Grondtonen

Er zijn momenteel 2 grondtonen in de publieke opinie waarneembaar. De eerste is de verzuchting dat er te veel mensen op de aarde zijn, de tweede de idee dat de huidige problemen op de wereld, met de klimaatproblematiek als eerste genoemd, niet meer via een democratisch bestel zijn op te lossen. Kortom de roep om een sterke man. Koppeling van deze 2 grondtonen maakt bang.

Leg je oor eens goed te luisteren en kijk de kranten er maar eens op na. Heel vaak wordt er geopperd dat er ‘eigenlijk’ te veel mensen op de aarde leven. Of erger, er leven te veel mensen op de aarde. Hoewel er geen enkel bewijs is dat dat ook echt zo is neemt deze stelling hier en daar de vorm aan van een mantra, een vaststaande gegevenheid. Zoiets als dat de aarde opwarmt.

Tegelijkertijd maken heel veel mensen zich zorgen. Inderdaad, de aarde warmt op en ‘de politiek’ slaagt er niet in die opwarming een halt toe te roepen en al helemaal niet  de grote bedrijven. Om de aarde echt te vergroenen hebben we een sterke arm nodig, een nieuwe Napoleon die het keerpunt in onze noodzakelijke ontwikkeling zal vormgeven.

Vorm van populisme

Het is een vorm van populisme dat immers als basis  het verdwenen vertrouwen in politiek en staatsbestel heeft. De elite heeft er zoals gebruikelijk weer eens een egoïstische puinhoop van gemaakt. Korte termijn belangen overheersen, armoe wordt weer de schuld van de armen zelf, een menswaardig, inclusief mensbeeld verdwijnt meer en meer achter de horizon. Laat staan dat je naar zo’n mensbeeld zou moeten handelen!  Zie Rutte, zie Buma, zie, nog erger, de kronkels van een Segers en eerder Pechtold en Samson.  De laatste was zelfs niet te beroerd om illegaal in Nederland verblijvende mensen tot misdadigers te verklaren. In ruil voor een paar politieke zilverlingen.

Het vertrouwen in de democratie is weg. Immers, de elite weet het bestel toch elke keer naar hun hand te zetten, corruptie tiert welig. En het polariseert. Waar de ene flank wegloopt met Wilders en Baudet in hun racistische bezweringen van de angst verbaast de andere flank zich oprecht over het feit dat rechters niet bereid zijn haat zaaien te veroordelen.

Waar zit de angst?

Is het de groeiende wereldbevolking als zodanig waar angst voor bestaat? Daar is toch helemaal geen reden voor? De armoede neemt wereldwijd af evenals het aantal gewapende conflicten, het aantal hongerdoden daalt. De angst heeft als basis het ondergrondse besef van ongelijkheid, want die neemt niet af. En van die ongelijkheid worden de miljoenen in de derde wereld zich meer en meer bewust, en ze gaan op reis. Naar ons, naar onze rijkdom en kansen. Dáár zit de kern. Opvang in de regio?  Laat importheffingen vallen, maak het bedrijven in de derde wereld mogelijk hun producten hier tegen een rechtvaardige prijs te verkopen. Schrap voedseldumpingen zodat de landen weer hun eigen voedsel kunnen verbouwen.  Uit de wurggreep van de sweatshops, oliebelangen en westerse en Chinese monopolies. Ach, we weten het heus wel, en omdat we het niet doen krijgt angst een kans. Wat als ze…? De derde wereld wordt zich dit bewust en komt in opstand. En als het niet door eigen bedrijfsontwikkeling kan, dan maar op reis, naar de landen waar het wel kan.

De vergelijking dringt zich op met de periode voor de eerste wereldoorlog toen de groeiende arbeidersbeweging zich steeds bewuster werd van haar achterstand en moedwillige knechting. Ook toen maakte de elite zich zorgen. Waar grote delen van de adellijke elite nog treurden over de verloren macht in de Franse revolutie van 1789 en streefden naar het herstel van hun positie daarvóór droomde de opkomende industriële klasse van nog meer overzeese afzetmarkten en grondstofleveranciers.  Over één ding waren ze het eens: in alle gevallen was het de arbeidersbeweging die een bedreiging vormde. Die wilde immers helemaal niets weten van adellijke privileges en eisten hun rechtvaardige aandeel op in  de winsten die door hun arbeid gemaakt werden op grond en kapitaal. Oorlog werd door de Europese elite meer en meer als een oplossing gezien van dat groeiende probleem. In een oorlog zouden immers de arbeiders massaal mee moeten vechten en verlies aan mensenlevens betekende in dat geval eveneens verlies aan potentiele revolutionairen. Wie kon daar nu rouwig om zijn?  Lees hierover eens Jacques Pauwels, De Grote Klassenoorlog 1914-1918, Epo, 2014.

Oorlog als oplossing

Nóg wordt oorlog nu niet als oplossing voor de migratiedruk gezien. Nóg niet. Maar we zitten er dicht tegen aan.  Sterke mannen hebben we al wel alleen lossen die het andere probleem ook niet op. Behalve China wellicht stoort de rest van het huidige rijtje sterke mannen zich niet aan het milieu of de klimaatdoelstellingen.  Maar dat kan zo maar omslaan! Ook onder de Europese groendenkers zijn er  die nauw samenwerken met de overheid en het bedrijfsleven. Zij wijzen de weg naar een groene én winstgevende toekomst en krijgen de massa aan hun kant. Maar zij zetten tegelijkertijd de ideologisch val open zoals die opgaat voor elke populistische beweging: begonnen als anti establishment weten zij de massa aan zich te binden. Maar het eind van het liedje is dat die massa als nooit te voren lijdt onder hun eerdere idolen, meegesleurd als die worden in de wetmatigheden van het kapitalisme.  Winst maak je nl. altijd ten kosten van een ander, iemand betaalt het. Recentelijk nog weer eens heel duidelijk getoond in de teloorgang van de Arabische lente. Het zal niet de eerste keer in de geschiedenis zijn dat groen en fascisme worden gekoppeld. Hitler had een zwak voor vogeltjes, was vegetariër en spaarde bomen bij de bouw van zijn Beierse buitenverblijf. En met hem de Wandervogel.  Laten we geen illusies hebben, een eenzijdige focus op groen, klimaat, ecologie zónder een onderliggende analyse van de machtsverhoudingen, en keuzes daarin!,  is gevaarlijk en kan zo maar leiden tot totalitaire oplossingen Zowel van het klimaatprobleem als van de overbevolking. Het zijn toch immers de overmaat aan mensen die de problemen veroorzaken?  Zie bijvoorbeeld aan de ene kant eens Jan Rotmans en Marjan Minnesma, en plaats die eens tegenover Naomi Klein en je snapt de verschillen. De laatste analyseert de machtsverhoudingen wél.

Wat te doen?

Moeten we meegaan in de polarisatie? Krijgen we taferelen als in de Weimarrepubliek? Geweld tegen geweld? Nooit zal ik vergeten wat die Limburgse non zei tegen Lubbers toen ze opgepakt was omdat ze illegaal in Nederland verblijvende mensen van valse paspoorten voorzag. “Maar meneer Lubbers, wij hebben andere wetten”.

Het alternatief, ons alternatief, zal zich, net als bij die non, boven de partijen moeten verheffen, de logica van geweld tegen geweld moeten overstijgen. Het alternatief zal inclusief moeten zijn, vrolijk en realistisch. Geen dagdromerij in geïsoleerde zelfvoorzienende gemeenschappen, permacultuur of voedselbossen, hoe leuk ook. Het alternatief zal een stevige economische basis moeten kennen, waarop gewoond en geleefd kan worden. Een economisch basis die níet afhankelijk is van de grote bedrijven die ons nu beheersen, die zich zelfs voor een deel losmaakt van het geld dat we nu zo nodig hebben. Voor een dergelijk alternatief zijn al heel veel elementen aanwezig in onze wereld: we kunnen lokaal ons eigen voedsel verbouwen, onze huizen bouwen, nieuwe onderlinge verzekeringen opzetten, meubels maken, kleren, eigen energie opwekken, zorg organiseren, etc. Kortom we kunnen ons héél veel losmaken van alles wat ons nu zo in haar macht heeft, ook ideologisch. Een eenvoudige baan van 2 tot 3 dagen per week zou voldoende moeten zijn om dat wat je nu eenmaal met geld moet kopen, ik noem bijvoorbeeld een computer, een auto, sommige medicijnen, huishuur in veel gevallen, dat je dat kunt kopen. De rest van je leven zou je in kunnen vullen in samenwerking of middels time banking. Nu al kunnen we de bestaande kernen versterken en in de praktijk leven naar waar we in geloven.

Hof van Twello is zo’n kern.  Waar we in onze moestuin meente voedsel verbouwen voor en met de lokale gemeenschap, waar het landschap in kleinschalige samenwerking wordt onderhouden, waar iedereen mee mag doen begaafd of minder begaafd, waar we kortom proberen een thuis te zijn voor velen. Op een gezonde economische basis, zónder subsidies. En met plezier! Het is zaak kernen als Hof van Twello te beschermen en uit te bouwen. Dat betekent in veel gevallen ook dat lokale overheden er van overtuigd gemaakt moeten worden dat ze bijvoorbeeld eigen woningbouw toestaan, creatief omgaan met bestemmingsplannen en het landschap en met de mogelijkheden die ruileconomie geven. ‘Naoberschap’ opgewaardeerd tot systeem, tot een economische onafhankelijke basis voor een gemeenschap. Zo’n alternatief  spreekt aan, geeft perspectief aan je leven, daar wil je deel van uitmaken. Hier en in de Derde Wereld.  Zo’n vrije verzameling van kleinschalige en gelijkwaardige biodiverse gemeenschappen heeft geen sterke man nodig, kan nog eindeloos groeien en vervuilt welhaast per definitie minder. Nuchter en gedreven, vrolijk en solidair.

Gert Jan Jansen 11 november 2018.  Bij de 100 jarige herdenking van het einde van de eerste wereldoorlog.

De staat van de boer: nationaliseer de grond!

De dynamiek is uit de landbouw. Nieuwe intreders komen vrijwel niet meer voor. Simpelweg omdat de grond te duur en de pachten te hoog zijn. Véél  te hoog. Dat maakte de boerenstand tot een inteeltgemeenschap, met een  LTO als behoeder van diegenen die het  geijkte model kiezen om te kunnen overleven in de huidige marktverhoudingen:  schaalvergroten en bij het minste geringste vragen om overheidssteun als het groeimodel weer eens hapert.

Niet de minsten zijn het die vaststellen dat een factoreconomie waarin kapitaal, arbeid, grond en pacht verhandelbaar zijn geworden het risico loopt van die terugval in dynamiek en tenslotte zelfs tot achteruitgang van de gehele sector. Iets wat we nu in feite meemaken nu de gangbare sector steeds minder  op eigen benen blijkt te kunnen staan en macht steeds meer geconcentreerd is bij weinigen. Lees eens  ‘De onzichtbare hand’ van Bas van Bavel of leg je oor te luisteren bij het kadaster. Als geen ander constateert die organisatie de teloorgang van onze landbouwsector, en zij maakt zich daar ernstig zorgen over.

De grondprijzen zijn de laatste 30 jaar geëxplodeerd, niet in de laatste plaats door (lokale) overheden die zelf mee gingen doen in grondspeculaties wat een aanjagende invloed had op de prijs. In de slipstream van deze exorbitante grondprijzen zijn ook de pachtprijzen meer dan noodzakelijk verhoogd. Verhurende landschappen en grote verpachters weten langzamerhand van gekkigheid niet meer wat ze met al dat geld aan moeten  en beginnen van lieverlee zelf allerlei  fancy bedrijven op te zetten. Tot verdriet van ploeterende kleine bedrijven die dit soort ontwikkelingen uit eigen zak moeten bekostigen.

Ooit was er een tijd dat de sociaaldemocratie maar ook delen van confessionele partijen, als de CHU, voorstander waren van nationalisatie van de grond  en daarmee de producenten en de markt wilden beschermen.  Het is de hoogste tijd om deze mogelijkheid terug te brengen in het debat. We weten nu dat (ook nieuwe) boeren best milieuvriendelijk willen zijn, best wel met de natuur willen optrekken, best wel een meer dan gemiddelde arbeidsweek willen maken als er maar wat tegenover staat. En dan bedoel ik niet dat ze betaald moeten worden voor elke akkerrand, houtwal of slootje. Wat een doodlopende weg is die denkrichting! Nee, geef  nieuwe jonge boeren en tuinders een kans in vernieuwende kleinschaligheid op basis van redelijke pachtprijzen van grond in handen van de overheid, dát is wat er nodig is. Die natuur krijg je er in kleinschaligheid gratis bij.  Mijn eigen Hof van Twello is er een schitterend voorbeeld van.  En  maak je over de productie zelf geen zorgen. 70% van alle voedsel  in de wereld wordt geproduceerd door kleinschalige bedrijven en de hoogste producties per m2 worden, inderdaad, in die kleinschalige bedrijven gerealiseerd.  Alle doemverhalen uit Wageningen en omstreken ten spijt.

Twello

Ir. Gert Jan Jansen

Gert Jan Jansen over wijn van de Hof van Twello

donderdag 20 oktober

Gert Jan Jansen vertelt aan Bestwineroutes.com over de wijnen van de Hof van Twello. En ook over de hof zelf en het blotevoetenpad.

Lees verder

Het lege land van Braks en Bleker

woensdag 21 september

Ja, het land ís dood. De bodems zijn dood, de biodiversiteit verpulverd. En dat in nauwelijks 50 jaar. En het land werd kaler en kaler. Schaalvergroting op schaalvergroting om verarming van de boerenstand te voorkomen.

Lees verder

Afscheid van de marketing

zaterdag 2 april

Dit wordt een zoekend verhaal, en ik hoop dat je met me mee wilt zoeken. Ik word er kots van. Van alle gemanipuleer met mooie woorden, suggesties, onderbewuste mechanismes, sferen en verlangens. Toen in 1967

Lees verder

Renderend landschap

maandag 25 oktober

Meer dan 50.000 boeren en tuinders verdwenen de afgelopen 20 jaar van het toneel, bijna de helft. De komende 20 jaar zal nog eens de helft verdwijnen. “Het probleem valt wel mee hoor”, zegt dan

Lees verder

Vergeten gewassen als bron voor rendement

dinsdag 1 juni

Hof van Twello richt zich in haar werk als Centrum voor Lokale Economie o.a. op het ontwikkelen van nieuwe gewassen en producten voor kleinschalige, lokale toepassingen. Kleine bedrijven kunnen zich door het telen van deze

Lees verder

Lekker Groen is Lekker Lokaal geworden

vrijdag 5 juni

Maar Lokaal is méér! Wat een prima krant is Trouw toch! Geen enkele krant in Nederland besteed zo veel, zo consequent en met zoveel intentie aandacht aan belangrijke maatschappelijke thema’s. Precies de reden waarom ik

Lees verder

De Worp en ik

dinsdag 5 mei

De Worp is ooit ontstaan als verzameling van kleine zomerhuisjes met een flinke tuin van welgestelde Deventernaren. Daarom werd het ook wel ‘de Hoven’ genoemd. Later werd het een zéér dichtbebouwde wijk. Wij woonden daar

Lees verder

Peak oil en de glastuinder in mij

zaterdag 17 januari

Inderdaad, ‘ze’ komen er wel weer uit. Ook ná peak oil zullen Hollandse tomaten, komkommers en paprika’s de Europese markten overstromen. All of niet gere-exporteerde rozen, anjers of lelies uit Nederland of Kenya zullen in

Lees verder

Wie betaalt ons landschap?

woensdag 19 november

In november 2008 bracht de “Taskforce Financiering Landschap Nederland” onder leiding van Rinnooy Kan een advies uit aan de Minister van Landbouw inzake de financiering van het beheer van het landschap. Het gaat nl. niet

Lees verder

Van techno naar eco

woensdag 27 augustus

Tuinbouw als ecosysteem: de lange weg Grootste belemmering is mentaal Dit is een verhaal over verandering en hoe langzaam dat gaat. Maar ook over hoe ingrijpend dat kan zijn. Eenmaal de bocht door verandert alles,

Lees verder